vrijdag 1 februari 2013

Watersnood


Het was een goede keus van de makers van Andere tijden om zich in de aflevering over de Watersnood van 1953 van commentaar te onthouden. We zagen slechts de beelden van toen en wat erbij te horen was, waren radioverslagen uit die barre februariweek zelf. Achteraf gezien blijken de reporters vaak te weinig pessimistisch. Na die eerste dagen zou er nog veel gruwelijks gevonden worden. De combinatie van water, kou en wind was dodelijk.

Terwijl ik dit schrijf, heb ik de kaart voor me die hoort bij de nationale uitgave De ramp, uitgegeven in februari 1953 (‘met een voorwoord van HM de Koningin’). Daarop zijn met kruisjes de aantallen slachtoffers aangegeven: een zwart kruisje voor één tot tien doden, een wit kruisje voor tien doden. Al snel trekken plaatsen als Oude Tonge (25 witte kruisjes), Stavenisse (20) en Nieuwerkerk (15) de aandacht.

De twee zwarte kruisjes bij Terneuzen en bij Zaamslag vallen daarbij vergeleken in het niet. Maar toevallig ken ik de verhalen achter die zwarte kruisjes en die vermeld ik hier, als een klein in memoriam.

De familie Smallegange woonde in de buurtschap Noordhoek in de Nieuw-Neuzenpolder ten westen van Terneuzen, waar nu chemiegigant Dow gevestigd is. Dochter Pieternella Janneke was op het moment van de ramp vijf maanden oud. De avond tevoren was ze wat koortsig en daarom had haar moeder haar bij de kachel in haar wiegje te slapen gelegd. De andere gezinsleden sliepen boven. Het kind sliep in een houten kribje, dat waarschijnlijk al snel omsloeg toen het water binnen kwam. Haar broertje van vijf sliep op de zolder, werd wakker van vreemde geluiden en liep naar het trapgat. Van dat moment bleef een beeld hem bij: zijn moeder die halverwege de trap zat terwijl zijn vader beneden tot zijn hals in het water stond rond te tasten naar zijn zusje – vergeefs.

Het andere kruisje staat voor Jacobus Jan van Alten. Het gezin Van Alten woonde in de Nieuw-Othenepolder, ten oosten van Terneuzen.  De polder kwam net als de naastgelegen Serlippenspolder onder water te staan toen de zeedijk doorbrak. Het water ondermijnde het huis waar de ouders en zes kinderen Van Alten sliepen. Jacobus Jan was drie jaar oud. Zijn vader lag ziek op bed. Met veel moeite wist iedereen buiten te komen. Maar toen men veilig op de dijk stond kwam de ontstellende ontdekking dat de kleine broer ontbrak. Teruggaan was geen optie, het water steeg te snel.

Ook mijn overgrootmoeder woonde in de Nieuw-Othenepolder. Zij werd gered. In het Zeeuwsch Dagblad van 25 maart 1953 vond ik een bericht dat over haar redding vertelt. Het artikel meldt dat de landbouwschuren van de familie reeds waren bezweken. ‘Wat zouden de woningen doen? Toen zijn F. Maas van Othene en A. Willemse van Zaamslag met een boot er op uitgegaan. Zij slaagden er in de Wed. Buyze met haar zoon te redden.’ Cornelia Adriana Buijze - Bedet was 74 jaar toen ze door een venster in de bovenverdieping de boot in ging.

De moed en de onbaatzuchtigheid van mensen als Maas en Willemse hebben in die rampnacht voor velen het verschil tussen dood en leven betekend. Maar voor anderen kwam alle hulp te laat.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten